
DevOps-teams vergelijken .env-bestanden vóór een release wanneer twee omgevingen zich onverwacht verschillend zijn gaan gedragen.
Vind ontbrekende en extra sleutels en afwijkende waarden. Je gegevens blijven lokaal terwijl het resultaat eenvoudig te controleren en hergebruiken is.
Het voorbeeld laadt twee .env-bestanden naast elkaar: het ene beschrijft een productieomgeving, het andere een stagingomgeving. Let op sleutels die slechts aan één kant voorkomen en op waarden die onder dezelfde naam veranderen; zo komt een variabele die bij het kopiëren is vergeten meestal aan het licht.
Invoer
API_URL=https://api.example.com
LOG_LEVEL=info
RETRY=3
--
API_URL=https://api.example.com
LOG_LEVEL=debug
TIMEOUT=30Alles gebeurt in de browser: de inhoud van beide bestanden blijft op je apparaat en wordt nergens naartoe verzonden. De tool splitst elk blok in regels, vergelijkt sleutels en toont de verschillen op de pagina zelf.
Een scheidingsregel die in het invoergebied wordt weergegeven en alleen direct na de laatste regel van het eerste bestand staat. Alles daaronder wordt als het tweede bestand gelezen. Zonder die markering kan de tool niet zien waar het ene blok eindigt en het volgende begint.
Meestal niet, want het doel is juist laten zien wat afwijkt. Om te bevestigen dat een sleutel aan beide kanten bestaat, controleer je de lijst met ontbrekende sleutels: als jouw sleutel daar niet bij staat, bevatten beide bestanden hem.
Ja, een importknop accepteert tekstbestanden en verschillende gegevensformaten. Wees toch voorzichtig met .env-bestanden, want ze bevatten vaak wachtwoorden en API-tokens die je misschien niet op een gedeeld scherm wilt tonen.